21 november 2005

Ik ook altijd met mijn grote mond!

Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. Petrus nam hem ter zijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’ Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’ (Matteus 16:21-23)

Lieve Jezus,
O Heer, ik ook altijd met mijn grote mond!
Dank U voor uw vriend Petrus, de man die altijd als eerste met een reactie kwam; de man met die grote mond en dat grote hart…
Soms zeg ik dingen die – oppervlakkig gezien – erg geestelijk en diepzinnig klinken. Maar U kijkt dwars door me heen, recht in mijn hart. En wat U daar te zien krijgt is niet altijd even fraai!
Ik schaam me diep, Heer. Vergeef me alstublieft wanneer ik goed voor de dag probeer te komen door anderen te corrigeren. Soms doe ik net zo stom als Petrus en ga ik zelfs aan U - de Schepper van het universum - uitleggen wat er wel en niet moet gebeuren!
Heer, ik wil mensen geen verkeerde adviezen geven en ik wil U niet voor de voeten lopen met mijn eigenzinnige houding. Help me een volgeling van U te zijn in plaats van een dwarsligger of een struikelblok.