03 oktober 2005

Wandelen

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.
(Psalm 1:1 t/m 3 )

Lieve Vader,
Wat heb ik te zoeken tussen mensen die kwaad doen en spotten? Wat kan ik leren van hen die er alleen maar op uit zijn uw Naam te ontheiligen? Niets! Voortaan mijd ik dat gezelschap.
Ik zet de televisie uit om mijn hart te beschermen en ga wandelen. Als een half uur later de regen zelfs de laatste draad van mijn sokken doorweekt heeft, zing ik zachtjes Psalm 1: “Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters…” Ik kan dwars door de plassen lopen, het maakt toch niets meer niet uit! Ik overdenk uw woorden, Heer!
U maakt mij als een boom langs stromend water. Laat mij niet verdorren Heer, zegen alles wat ik doe – in de naam van uw Zoon, mijn Redder en Meester Jezus Christus!