09 oktober 2006

Een steen als kussen?

Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan. Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. (...)
Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker,’ zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.’ Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit,’ zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’ De volgende morgen vroeg zette Jakob de steen die hij als hoofdsteun had gebruikt rechtop, en wijdde hem door er olie over uit te gieten. Hij gaf die plaats de naam Betel; vroeger heette het daar Luz. Genesis 28: 10,11 and 16-19

Lieve Vader,

Ik vind het moeilijk te begrijpen dat u van Jacob hield en dat u Esau haatte… Jacob was een bedrieger die zich het eerste geboorterecht en de zegen van zijn oudste broer toeeigende. En nu lees ik hoe hij vlucht om te ontkomen aan Esau's wraak. Hij manipuleert, onderhandelt en bedriegt - ik snap gewoon niet waarom u van deze man hield!

Maar eerlijk gezegd begrijp ik evenmin waarom u van mij houdt...

U had een belofte uitgesproken en - net als Jacobs vader - houdt u zich aan uw woord. Jacob ontvangt uw zegen - zelfs na alles wat hij misdaan heeft...
‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven...’

Er zit zoveel intrigerende informatie verstopt in dit verhaal, Heer! Ik wil meer weten over die ladder naar de hemel waarlangs engelen opklimmen en afdalen. En ik breek mijn hoofd over die vreemde steen die Jacob als kussen gebruikte. Wie kiest er nu voor een stenen kussen? En waarom zet Jacob die steen overeind en waarom wordt dit gedenkteken door hem met olie gewijd?

Genoeg vragen voor deze week, Vader. Help me uw Woord te begrijpen, ik weet dat u me dit alles uit zult leggen. Ondertusen wil ik u danken voor al uw beloften en zegeningen. Ik geloof niet dat ik recht heb op zoveel goedheid. U bent werkelijk een genadig God.