17 september 2006

Wee mij wanneer ik niet zou spreken

Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.’ Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’ Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’ Jesaja 6:5-8

Dat ik verkondig is niet iets om me op te laten voorstaan. Ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. 1 Korintiërs 9:16

Deze boodschap is betrouwbaar en verdient onze volledige instemming: Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. Ik was de eerste, en juist over mij heeft Christus Jezus zich ontfermd. 1 Timoteüs 1:15-16a

Lieve Vader,
Ik ben zo geïmponeerd door de grote mensen uit uw Woord. Ik geloof niet dat ik sterk en moedig genoeg ben om te doen wat u van mij vraagt. Heer, u kent mijn woorden, u kent mijn daden, u kent zelfs al mijn gedachten - hoe zou u mij ooit kunnen gebruiken? Ik ben een zondaar en ik heb reiniging nodig…

Maar, halleluja! U kunt mij toch gebruiken, want die grote mensen als Jesaja en Paulus - en zoveel andere geloofshelden - voelden zich evenmin bekwaam! Natuurlijk is er iemand die wil dat ik mijn mond houd, natuurlijk wil de vijand dat ik me schuldig voel. Hij wil dat ik een stille christen word - vergeet het! Ik wil over uw genade spreken en niets houdt mij tegen! Heer, ik weet dat mijn schuld is weggenomen en ik voel me vrij om te spreken over uw liefde. Mijn ogen hebben de Koning gezien, mijn lippen zijn aangeraakt met vuur van het altaar! Nee, ik kan me nergens op laten voorstaan, maar ik heb geen keus: ik moet over u spreken! Wee mij wanneer ik niet zou spreken - hier ben ik, zend mij!