22 december 2006

Een klein schakeltje

In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. Daarover hebt u gehoord toen aan u de waarheid verkondigd werd en het evangelie u bereikte. Overal in de wereld draagt het vrucht en groeit het, ook bij u, vanaf de dag dat u over Gods genade hoorde en de ware betekenis ervan begreep. Onze geliefde medewerker Epafras, die zich als trouw dienaar van Christus voor u inzet, heeft u daarin onderwezen. En hij heeft ons verteld over de liefde die de Geest in u opwekt. Kolossenzen 1:3-8
Epafras, een dienaar van Christus Jezus en een van u, groet u; in al zijn gebeden strijdt hij voor u en bidt hij dat u als volmaakte mensen en met volle overtuiging zult vasthouden aan alles wat God wil.
Ik kan van hem getuigen dat hij zich erg voor u inspant en ook voor de mensen in Laodicea en Hiƫrapolis. Kolossenzen 4:12,13
Epafras, die samen met mij omwille van Christus Jezus gevangen zit, laat u groeten... Filemon 1:23

Lieve Jezus,
Terwijl de hele wereld uw verjaardag viert (of gebruikt als bizar excuus om te veel te verspillen, te veel te eten en te veel te drinken) wil ik nadenken over de kettingreactie die u in Bethlehem in gang hebt gezet. Koning Herodus heeft geprobeerd om deze reactie in de kiem te smoren en talrijke vervolgers hebben sindsdien getracht de voortgang van het evangelie te frustreren, te verhinderen of zelfs geheel tot staan te brengen, maar ondanks al die tegenwerking gaat het goede nieuws van uw liefde onstuitbaar en met volle kracht de wereld over!
Ik dank u voor de trouwe mannen en vrouwen die moedig voor u zijn opgekomen, dank u voor mijn broers en zussen die bereid waren de hoogste prijs te betalen. Dank u voor uw heilige Geest die door de eeuwen heen uw kerk gebouwd en uw Woord bewaard heeft. Ja Heer, ik ben slechts een klein schakeltje in die lange gouden ketting en alles wat ik wil is dat uw liefde, vrede en genade doorgegeven worden aan mijn tijdgenoten en aan allen die mogelijk nog na ons zullen komen. Ik wil worstelen in gebed, zoals Epafras dat deed. Ik heb geen behoefte aan bekendheid, mijn naam hoeft niet genoemd of opgemerkt te worden. Ik wil slechts een trouwe, biddende, onderwijzende dienaar zijn, want ik houd van uw kerk en ik houd van uw Woord en bovenal houd ik van U!